Onderwijs geven aan de zieke leerling

Voor kinderen die een langdurige of chronische ziekte hebben, levert het vaak problemen op om de normale lessen op school te volgen. Er kan sprake zijn van regelmatige of langdurige afwezigheid van school vanwege onderzoek, behandeling, opname in het ziekenhuis of ziek thuis zijn. Deze afwezigheid heeft grote gevolgen voor de continuïteit van het onderwijsleerproces. Het is mogelijk om met behulp van een individueel lesplan de negatieve gevolgen hiervan voor de leerling zoveel mogelijk te beperken.

Individueel lesplan

Een individueel lesplan is een schematisch overzicht van de lesstof voor een individuele leerling. Voor zover mogelijk is dit een volledig lesprogramma. Dit plan moet zo duidelijk zijn dat een leerling er grotendeels zelfstandig mee kan werken en dat eventuele externe begeleiders weten wat er moet gebeuren. Het is zinvol om de tijdsplanning aan te geven waarmee de klasgenoten werken. Er moet echter niet verwacht worden dat de zieke leerling dit tempo per definitie kan volhouden.

Mogelijkheden

  • Volledig lesprogramma, dat ingedikt moet worden:
    De eerste overweging die gemaakt moet worden ter voorbereiding van het maken van een individueel lesplan is welke lesstof absoluut gemaakt/geleerd moet worden. Een zieke leerling heeft per definitie tijdgebrek omdat hij/ zij minder tijd per dag kan besteden aan huiswerk vanwege vermoeidheid. Daarnaast zal hij/zij minder uitleg krijgen waardoor het meer tijd kost om de opgaven te maken. Het weglaten van de minder belangrijke lesstof zal ruimte geven om de onmisbare stof wel af te krijgen.
  • Onvolledig lesprogramma, met toestemming van inspectie:
    Soms is het niet mogelijk voor een leerling om alle vakken te volgen. Hierbij moet gedacht worden aan gymlessen die fysiek te zwaar zijn of bijvoorbeeld technieklessen waarbij stoffen gebruikt worden waar de leerling eventueel niet tegen kan. Soms is op de basisschool of school voor voortgezet onderwijs het volgen van een volledige lesdag (nog) niet haalbaar. Er kan dispensatie aangevraagd worden bij de inspectie voor het onderwijs. De leerling mag dan wel op de reguliere manier bevorderd worden.
  • Onvolledig lesprogramma, individueel tempo:
    Wanneer de hierboven genoemde aanpassing niet voldoende blijkt, moet overgegaan worden op een volledig individueel lesplan, dat niet meer gericht is op het bijblijven met de rest van de klas/groep. In een dergelijk programma worden in overleg onderdelen van vakken (zoals lezen, spelling, rekenen, wereldoriëntatie enz.) of een aantal vakken gekozen (2-4) die de leerling probeert bij te houden. Hiervoor moet de school dan een goed overzicht maken. Het inhalen van de onderdelen die in eerste instantie weggelaten zijn, is iets waar goede afspraken over gemaakt moeten worden met leerling, ouders en docententeam.
  • Vorderingen bijhouden:
    Ook de manier waarop vorderingen bijgehouden worden, moet in dit lesplan beschreven staan. Voor toetsen geldt ook dat alleen die toetsen gemaakt zouden moeten worden die absoluut noodzakelijk zijn. Het moet dan aan de beoordeling van de leerling en zijn/haar begeleider/ouders overgelaten worden wanneer de leerling klaar is om die toets te maken.
    Om deze manier van werken makkelijker te maken is het van belang dat de toetsen in gesloten enveloppen in het bezit van de leerling of begeleider zijn. Het is dan mogelijk om flexibel om te gaan met de mogelijkheden van de zieke leerling: de envelop kan geopend worden op het moment dat de leerling in staat is een toets te maken, in het bijzijn van de begeleider. Er moeten ook afspraken gemaakt worden over de rapportage. Een rapport is ook belangrijk voor een kind dat maar een beperkt aantal vakken volgt.
  • Nakijkmodellen/antwoordboekjes:
    Om een leerling zo zelfstandig mogelijk te laten werken, is het handig als hij/zij beschikt over nakijkmodellen of antwoordboekjes. Het werk kan dan zonder tussenkomst van de leerkracht of (vak)docent nagekeken worden.
  • Contact houden via e-mail:
    De eigen leerkracht of (vak)docenten kunnen de zieke leerling ook via e-mail ondersteunen: vragen kunnen via deze weg gesteld en beantwoord worden. Deze manier van communiceren is minder belastend voor de docent dan telefoneren of langsgaan. Het kan het persoonlijke contact natuurlijk niet vervangen!
  • Aantekeningen:
    Als laatste moet niet vergeten worden om alle extra informatie die in de klas uitgedeeld wordt ook aan de zieke leerling te geven. Hierbij moet gedacht worden aan b.v. kopieën of aantekeningen behorend bij lessen.

Aandachtspunten:

  • Voortdurend signaleren:
    De vorderingen van een leerling die met een individueel lesplan werkt, moeten voortdurend in de gaten gehouden worden. Dit is nodig om leerproblemen snel te kunnen signaleren. Ook moet er aandacht zijn voor de speciale voorzieningen die de leerling nodig heeft om te kunnen functioneren.
  • Wees op de hoogte van de reden van het verzuim:
    Een individueel lesplan wordt meestal gemaakt voor een leerling die vaak verzuimt. Het is dan ook goed om de oorzaken en mogelijke oplossingen van schoolverzuim te kennen. Veel aanpassingen zullen in combinatie met het individuele lesplan gebruikt kunnen worden.
  • Voorkom sociale isolatie:
    Een leerling die minder of niet op school aanwezig is en deels een eigen lesprogramma volgt kan zich geïsoleerd gaan voelen. Het is van belang, juist voor een zieke leerling, om het contact tussen school, leerling en klasgenoten zo goed mogelijk gaande te houden. Dit voorkomt problemen in de toekomst, wanneer de leerling wel weer de gewone lessen zou kunnen volgen.

Elke school heeft zijn eigen filosofie en elke leerkracht zijn of haar eigen wijze van lesgeven.
Ook ouders en leerlingen kunnen erg verschillend zijn. In de benadering van een zieke leerling is veel flexibiliteit nodig. In overleg kom je tot de oplossingen voor elke individuele situatie.

Didactische aandachtspunten ten behoeve van langdurig zieke kinderen in het Voortgezet Onderwijs en MBO

  • Planning
    Het is belangrijk dat een leerling die ‘op een afstand’ het onderwijs volgt, weet waar de klasgenoten mee bezig zijn. De docent in het VO of MBO kan meestal nauwkeurig aangeven wanneer hij waar is in de stof van zijn vak. In de onderbouw van het VO wordt daartoe door veel scholen gewerkt met een studiewijzer. In de Tweede Fase van V.O. is de leerstof exact ingedeeld in Studiewijzers zodat de leerling er zelfstandig mee kan werken. Maar ook in de onderbouw is zo’n overzicht heel goed te maken. Denk hierbij aan:
  • Proefwerken
    Belangrijke proefwerken ziet men van tevoren goed aankomen. Het is handig als de docent tijdens het maken van een proefwerk meteen een ‘reserveversie’ voor de zieke leerling maakt. Deze kan het proefwerk dan eventueel op een ander tijdstip inhalen zonder gevaar voor óverbrieven’. Met wat knip-en-plakwerk op de computer lijkt het al snel een heel ander proefwerk. Achteraf een nieuw proefwerk maken kost veel meer tijd.
  • Werkstukken, boekverslagen, spreekbeurten, opstellen
    Ook hierbij is duidelijk aan te geven wanneer deze gepland staan. Als er gekozen mag worden, geef dan de zieke leerling de eerste keuze zodat hij/zij geen ‘overgeschoten’ onderwerp krijgt.
  • De leerstof
    Als de zieke leerling zelfstandig verder gaat met de stof, is het prettig als hij/zij weet hoever de klas (b.v. per 14 dagen) gevorderd is. Probeer ook van tevoren de belangrijke en minder belangrijke onderwerpen aan te geven. Gebruik hiervoor een extra exemplaar van het boek waarin met viltstift gemarkeerd mag worden.
  • Overbrengen van informatie over de stof van en naar de leerling
    Bij het volgen van onderwijs op afstand vanuit ziekenhuis of thuis, kan het gemis aan frequent contact een groot obstakel vormen. De zieke leerling kan niet profiteren van momenten, de zgn. instructiemomenten, waarop de docent ‘even’ iets uitlegt, benadrukt, demonstreert enz.

Om dit te ondervangen, zie onderstaande punten (maar denk hierbij ook aan de voordelen van Klassecontact!):

  • Deelname zieke leerling aan vragenuurtje
    Vóór een proefwerk geeft de docent de leerlingen meestal de kans vragen te stellen over de te verwerken stof. Zorg ervoor dat de vragen van de afwezige leerling ook behandeld kunnen worden. Hetzelfde geldt voor vragen van de leerling wat betreft de correctie.
  • Uitleg van de leerstof
    Niets weegt op tegen ‘life’ uitleg van de docent. Mimiek, intonatie, laten zien van materiaal enz., dat alles mist de zieke leerling. Soms legt de docent na de les moeilijke stof nog eens extra uit aan een klein groepje leerlingen. Laat dan eens een CD-R of DVD meelopen. De zieke leerling kan dan profiteren van de mondelinge uitleg en van het horen van de stem van de eigen docent.
  • Aantekeningen maken tijdens de les
    Het is belangrijk dat de klasgenoot die de aantekeningen voor de leerling verzorgt, zelf in staat is de essentiële punten uit het verhaal van de docent te halen. Let erop dat de klasgenoot een duidelijk handschrift heeft, niets is zo vervelend als te moeten raden wat er staat. Om tijd en kosten te sparen kan een (mini-)laptop of tablet uitkomst bieden.
  • Het uitvoeren van speciale opdrachten
    Als de leerling in staat is te schrijven (denk aan een schrijfplank of schuin opstaand werkblad voor op bed) of de beschikking heeft over een computer, hoeven werkstukken, boekverslagen, opstellen enz. geen bijzondere problemen op te leveren.
    Houd er wel rekening mee dat de leerling niet zomaar even naar de bibliotheek kan gaan of materialen kan bemachtigen. Is de keuze voor het onderwerp eenmaal bepaald, zorg dan dat de opdracht uitvoerbaar is. Bij mondelinge opdrachten (spreekbeurt, presentatie enz.), kan men overwegen gebruik te maken van een Webcam of Webchair. Dit benadert het dichtst een spreekbeurt in de klas. Voordeel is dat ook materiaal getoond kan worden. Tevens biedt het klasgenoten de mogelijkheid vragen te stellen en mee te beoordelen.
  • Ondersteuning van de leerstof via DVD of MP3
    Bij de vreemde talen kan men een extra kopie op DVD aanvragen van het bij de methode behorende audio-materiaal. Realiseer je dat de zieke leerling de uitspraak anders niet kan horen. Als de leerling álle leerstof liever hoort dan leest (of beide kanalen tegelijk wil benutten), denk dan aan CD ’s van de ‘Anders Lezen Bibliotheken’ (zie www.aangepast-lezen.nl.) Van de meest gangbare lesmethoden van alle opleidingen, is een ingesproken CD of DVD beschikbaar. Op aanvraag spreekt men verder ieder gewenst boek in. Ook te gebruiken voor gesproken lectuur- en literatuurboeken.
  • Handreiking bij het verwerken van de stof
    Omdat de zieke leerling in een bijzondere, soms erg onzekere situatie verkeert, kan het nuttig zijn (ook aan goede leerlingen) extra ondersteuning te bieden. Het beste kan men werken met de ‘Studielesaanpak’. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het voorbereiden van proefwerken (stof verdelen over meerdere dagen, eerst theorie doornemen dan pas oefeningen herhalen enz.)
    Een zgn. ‘algemene aanpakkaart’ kan, zeker bij concentratieproblemen, goede diensten bewijzen. Hierop staat een stappenplan voor de verschillende taakonderdelen:
    Ik lees de opdracht! – Wat weet ik er al van? – Wat heb ik er nog voor nodig? – Ik voer de opdracht uit! – Ik controleer de opdracht!
    Zorg ervoor dat de leerling niet teveel gelijksoortige opdrachten in één keer krijgt en wijs nog eens op afwisseling tussen leer- en maakopdrachten en tussen talige en exacte vakken.
    N.B. veel hangt af van de bereidheid van de klassementor zijn collega’s te wijzen op de bijzondere situatie van de zieke leerling. Het zou ideaal zijn als de vakdocenten steeds in het achterhoofd houden: ‘Hoe pak ik dit aan m.b.t. de afwezige leerling?’.
    In het V.O. is, wat betreft het overbrengen van informatie, een belangrijke rol weggelegd voor de klasgenoot (of groepje klasgenoten). Ook zij kunnen zich bij alle opdrachten afvragen hoe de zieke leerling het aan zou moeten pakken. Door middel van al deze aandachtspunten zal enerzijds de zieke leerling het gevoel krijgen erbij te horen en anderzijds de docent ervaren dat de leerling, ondanks de lange afwezigheid, zinvol met de leerstof bezig is.

Sociaal-emotionele aandachtspunten t.b.v. langdurig zieke kinderen in het Voortgezet Onderwijs en MBO

  • Speciale gebeurtenissen op school
    Docenten en klasgenoten zullen soms aarzelen om verslag uit te brengen van een schoolfeest, excursie, werkweek om de zieke leerling die er niet bij kan zijn, te sparen. Het beste is die aarzeling uit te spreken en de leerling om een reactie te vragen. In de meeste gevallen zal de zieke leerling graag een enthousiast verslag horen. Op deze manier kan hij/zij toch een beetje meegenieten, temeer daar de eigen wereld misschien erg klein geworden is.
    Stuur de uitnodiging voor de speciale gebeurtenis in ieder geval wél naar de zieke leerling. Het is prettiger te weten wat de anderen meemaken dan dit achteraf te horen.
    Een speciaal aandenken van de gebeurtenis voor de leerling meenemen kan het gevoel geven dat er toch aan hem/ haar gedacht is.
  • Informeel schriftelijk contact met klasgenoten/docenten
    Het is prettig als de leerling op de hoogte blijft van leuke en minder leuke voorvallen in de klas. De klasgenoten kunnen per week een verslagje maken van wat zich afspeelt.
    Als ze dit bij toerbeurt doen, blijven allen betrokken. E-mail ontvangen is gezellig, maar ook ‘echte’ post krijgen is van groot belang. Het vaste tijdstip waarop de post een enveloppe of meerdere brieven/kaarten brengt, is vaak een lichtpuntje op een sombere dag. Foto’s bij de brief verruimen het beeld van de dagelijkse (beperkte) werkelijkheid van de leerling. Probeer wat verder te gaan dan: ‘Hoe gaat het met je?’ Vraag, als de leerling dit op prijs stelt, naar het gevoel van de leerling t.o.v. het ziek zijn, de behandelingen enz. Probeer je steeds te verplaatsen in de toestand van de leerling en als je aarzelt over bepaalde onderwerpen, vraag dan reactie.
  • Bezoekjes/telefoontjes en Sms’jes aan de zieke leerling
    Probeer in te schatten wat de leerling aan kan qua tijd/ intensiteit/ toon van het bezoek. Misschien heeft de leerling de neiging zichzelf te overschatten wat betreft het aankunnen van bijvoorbeeld de duur van het bezoek. Let goed op de lichaamstaal en vraag of het nog lukt. Misschien houdt de leerling zich te flink, neem dan zelf initiatief om op te stappen. Als de leerling somber is, geef hem/haar dan even de ruimte die somberheid te uiten. Kom niet te snel met een oppeppend woord. Het gevoel ook de sombere gevoelens te kunnen delen, geeft juist de mogelijkheid daarna weer positiever naar de toekomst te kunnen kijken.
    Probeer ook hier weer aan te voelen waar de leerling qua onderwerpen behoefte aan heeft. Het thema ‘ziekte’ totaal negeren kan het gevoel geven dat men de leerling niet serieus neemt. Er constant over praten kan juist verstikkend werken. Lekker samen lachen kan daarentegen zeer bevrijdend zijn. Als de leerling niet alles zelf meer kan, doe dan zelf voorstellen i.p.v. te vragen of je iets voor hem/haar kunt doen.
  • Het verloop van de ziekte
    De leerling zal soms geen belangstelling voor anderen (kunnen) hebben. Als dat wel zo is, vraag dan zelf ook eens advies aan de zieke leerling. Deze krijgt meestal al zoveel goede raad dat het een gevoel van meer gelijkwaardigheid kan geven als hij/zij ook een ander eens kan helpen. Probeer (voor de leerling) belangrijke momenten bij te houden (uitslagen, gesprekken over behandelingen enz.).
    Vaak vindt de leerling het wél fijn om gebeld te worden, maar voelt hij/zij zich te ziek om zelf te bellen! Als de ziekte wisselend verloopt, zeg dan niet: ‘Maar het ging toch juist zo goed/slecht?!’ Vraag dan liever: ‘Hoe is het nú met je?’

Het belangrijkste is, dat men zich goed realiseert wat de invloed van de ziekte is op het leven van de leerling. Geef extra aandacht zonder te betuttelen, zorg ervoor dat de leerling zich ook ‘gewoon’ klasgenoot, vriend/ vriendin blijft voelen. Nogmaals: om je beter te kunnen verplaatsen in de belevingswereld van de leerling kan het nuttig zijn achtergrondinformatie over de ziekte van de leerling te lezen.
(bewerkt naar tekst M. Schrover; De Digitale School)