Aandachtspunten

De school is verantwoordelijk voor het onderwijs aan alle leerlingen, dus ook aan leerlingen met chronische klachten. Zo is dat ook in de Wet op het Voortgezet Onderwijs opgenomen. Er is een grote kans dat het voor jou niet eenvoudig is aan de school duidelijk te maken waar het nu precies aan ligt. Wat maakt nu dat het niet (meer) lukt, welke hulp heb je nodig en wat zou je (met hulp) nog wel kunnen. Hieronder is een lijstje met aandachtspunten waarvan er misschien ook enkele een beetje of helemaal voor jou gelden:

  • je mist veel lessen, doordat je steeds meerdere dagen achter elkaar niet naar school kunt of vaak één of meerdere lesuren van een schooldag afwezig bent
  • eigenlijk heb je niet zo heel veel aan de lessen, zeker niet als het er veel op een dag zijn. Je zit er wel bij maar slaagt er niet of maar korte tijd in om leerstof op te nemen.
  • wanneer je uit school komt ben je altijd uitgeput. Het lukt je dan niet of nauwelijks om thuis nog iets te doen.
  • elke schooldag is eigenlijk een ramp: zoveel mensen, zoveel lawaai, zoveel gedrang, zoveel verschillende vakken.
  • je mist ook alle uitleg over de opdrachten en de leerstof voor de toetsen en je kunt het ook niet navragen omdat je te weinig op school bent. Je hoort niet welk huiswerk er is opgegeven en je gemaakte werk komt niet tijdig op school.
  • er zijn opdrachten, activiteiten (zoals excursies en stage) en vakken (zoals gymnastiek en kunstvakken), waar je onmogelijk aan mee kunt doen, omdat de gevraagde inspanning of beweeglijkheid onhaalbaar is of de bereikbaarheid slecht is.
  • je hebt meestal een of twee keer extra uitleg nodig, bijvoorbeeld omdat je je niet kunt concentreren of niet snel genoeg kunt schrijven.
  • het lukt je vaak niet om (op tijd) op school komen, je hebt moeite met het sjouwen van boekentassen en met traplopen, je kunt niet meedoen met gymlessen, excursies, het meubilair is niet geschikt vanwege jouw beperking, etc.
  • je hebt grote moeite met toetsen en examens: met de vorm en vormgeving van; de concentratie ervan tijdens toetsweken en het eindexamen; de beschikbare tijd die ervoor staat; de begin- en/of eindtijd ervan
  • je cijfers zijn steeds vaker veel lager dan nodig is. De voorbereidingstijd is te kort. De proefwerkweek duurt voor jou veel te lang en je hebt bijna nooit genoeg tijd voor toetsen en proefwerken of je bent halverwege al helemaal op en niet meer in staat om na te denken. Je moet vaak gebruik maken van herkansingsmogelijkheden.
  • het examen per vak is te uitputtend en bovendien er veel te weinig bruikbare tijd.
    je raakt steeds meer achter en hebt altijd de uiterste uitlooptermijn nodig om opdrachten af te ronden.
  • het aantal vakken is gewoon te groot om allemaal te volgen en/of af te sluiten met schoolexamens of centraal schriftelijk.
  • je hebt al een keer een overstap naar een lager opleidingsniveau moeten maken of de kans is groot dat dit gaat gebeuren, terwijl de leerstof helemaal niet te moeilijk voor je is.
  • je bent al een keer blijven zitten of de kans is groot dat dit zal gebeuren, terwijl de leerstof helemaal niet te moeilijk voor je is.
  • je hebt een indicatie of verklaring van een huisarts, specialist of andere deskundige of instantie, over jouw klachten of je denkt dat je die kunt krijgen? Of jouw probleem is nu net dat er nog niemand een verklaring heeft kunnen of willen geven waar je wat aan hebt.
  • je vraagt je af of jouw sector of profiel gezien jouw klachten nog wel de juiste voorbereiding is voor een toekomstig beroep, dat zowel bij jouw wensen als bij jouw beperking past.

Maak een lijstje van de dingen waar jij tegenaan loopt en zet daarbij welke (materiële en/of immateriële) aanpassingen er nodig zijn om toch je opleiding te kunnen afronden. Je kunt daarbij natuurlijk de hulp inroepen van je mentor of de decaan op school. Ook kun je de consulent OZL (onderwijs aan zieke leerlingen) vragen je daarbij te helpen. Deze hulp is gratis.

Samen met je ouders stuur je dan een brief naar de school, met daarin de gevraagde aanpassingen. Zet erbij dat je een beroep doet op de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronisch (psycho)somatische ziekte. De brief kun je het beste richten aan degene die binnen de school gaat over de opleiding die je volgt (bijvoorbeeld de afdelingsleider onder- of bovenbouw van vmbo, havo of vwo). Een afschrift kun je sturen naar de algemene directie van de onderwijsinstelling. Daarna kan de school voor jou aan de slag.


Print Friendly