|
| Zieke kinderen positiever dan gezonde kinderen |
Utrecht, 27
februari 2008. Een chronisch ziek kind richt zich vooral op positieve gevoelens
om het leven dragelijk te houden, terwijl een gezond kind meer ruimte heeft om
naast positieve gevoelens ook boos of verdrietig te zijn. In de kindertijd lijkt
dit een goede strategie om een zo normaal mogelijk leven te leiden, maar het
kost chronisch zieke kinderen veel energie om negatieve gevoelens buiten hun
belevingswereld te houden. Uit voorlopige onderzoeksresultaten (Fuchs & Van
Geelen) blijkt dat het kunnen beleven van ook negatieve gevoelens chronisch
zieke jongeren beter lijkt voor te bereiden op hun toekomst. De resultaten worden gepresenteerd
op een symposium over de beleving van een chronische ziekte op vrijdag 14 maart.
Het symposium wordt georganiseerd door het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ) van
het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMC Utrecht). Het onderzoek ‘Chronische ziekte
vanuit het perspectief van de adolescente patiënt’ van Fuchs & Van Geelen
heeft zich gericht op het gevoelsleven dat schuilgaat achter de kanten die
chronisch zieke jongeren van zichzelf laten zien. Veel jongeren met een
chronische ziekte lijken negatieve gevoelens minder ruimte te geven dan gezonde
jongeren, ze richten zich liever op positieve gevoelens. Bij familie, vrienden
en op school laten ze zich liever van hun sterke kant zien, terwijl bijvoorbeeld
een chronische ziekte als jeugdreuma toch veel invloed heeft op het dagelijks
leven door pijn, ontstekingen en vermoeidheid. Toch gericht aandacht geven aan
negatieve gevoelens blijkt voor veel jongeren bevorderlijk te zijn om ook hun
ziekte in hun leven in te passen. Aan de hand van de
zelfkonfrontatie-methode, een methode ontwikkeld door persoonlijkheidspsycholoog
Hubert Hermans, is het mogelijk inzicht te krijgen in de belevingswereld van
deze jongeren. Ruim honderd jongeren hebben meegedaan aan dit onderzoek. Op het
symposium van het Wilhelmina Kinderziekenhuis op vrijdag 14 maart presenteren
Fuchs & Van Geelen de eerste resultaten en casuïstiek. De onderzoekers Coralie Fuchs
(orthopedagoog) en Stefan van Geelen (filosoof) zijn beide verbonden aan het
Wilhelmina Kinderziekenhuis van het Universitair Medisch Centrum Utrecht. |