|
| Chronisch zieke jongeren in het Voortgezet Onderw |
| Probleemverkenning: Chronisch zieke jongeren in het voortgezet onderwijs 1. Inleiding Aanleiding voor deze probleemverkenning is de ervaring van twee jongeren met een ernstige chronische stofwisselingsstoornis. De eerste ondervond van de school voornamelijk een afwachtende houding. Wachten op het moment dat het weer iets beter zou gaan om dan weer in te stromen op die plek waar ze met haar leerstof gebleven was. De school liet de leerling ‘met rust’, langzamerhand vervaagde het contact. Er meldde zich geen leerplichtambtenaar, schoolinspectie of onderwijs-begeleidingsdienst. Na twee jaar kwam ter sprake dat ze eigenlijk van school moest, omdat ze twee keer was blijven zitten. Al met al gingen er drie hele schooljaren verloren en de leerling raakte in een isolement. De andere leerling slaagde er in om vooral op fysiek terrein medewerking van de school te krijgen. Dit nadat ze zelf de hulp van de SABD had ingeroepen. Ze mocht ‘door’ met haar opleiding ook al kon ze vrijwel geen lessen bijwonen. Ze hoefde niet meer met boeken te slepen en ze mocht gebruik maken van de lift. Een individueel onderwijsaanbod dat aansloot bij haar inspannings-vermogen kwam echter nooit ter sprake. Ze slaagde erin de opleiding af te ronden, maar ze ondervond daarna een ernstige terugslag in haar gezondheid. Informatie van de patiëntenorganisatie laat zien dat er heel wat lotgenoten zijn. In een aantal gevallen wordt er met veel inspanning voor de zieke leerling een passend onderwijstraject uitgezet. In veel gevallen wordt er geen echte oplossing gevonden. Het gevolg is chronisch zieke leerlingen overbelast raken en/of vast lopen in het onderwijs. Enkele cijfers: - Zeker 7 % van de mannelijke en 10,4 % van de vrouwelijke jongeren waarderen hun gezondheid als: gaat wel, slecht tot zeer slecht (41)
- Ruim 18 % van de 12 tot 17 jarigen gebruikt medicijnen op voorschrift en bijna 37 % gebruikt niet voorgeschreven medicijnen (41)
- Er bestaan naar schatting 5000 tot 8000 verschillende zeldzame aandoeningen. Hiernaar is nauwelijks onderzoek gedaan. Bij 40 % van de mensen met een zeldzame chronische aandoening duurt het 2 tot 10 jaar voordat een diagnose gesteld wordt (3)
- Bij een project onder VMBO-scholen in Utrecht bleek 10 tot 15 % van de leerlingen voor ziekteverzuimbegeleiding in aanmerking te komen (43)
- Uit registratie in Utrecht blijkt dat het ziekteverzuim op een willekeurige school op een willekeurige dag ligt tussen de 4 en de 7 %.(43)
- Jongeren met een matige of ernstige beperking stromen aanzienlijk minder door naar havo, vwo, mbo, hbo en wo dan jongeren zonder beperking.De kans hierop is mogelijk zelfs 3 keer zo klein (13)
- Van de studenten in het hoger onderwijs heeft 12-15 % een beperking als gevolg van een handicap of een chronische ziekte (9)
- Tussen de 7,5 en de 9,5 % van de studenten in het hoger onderwijs ondervindt als gevolg van een handicap of chronische ziekte daadwerkelijk belemmeringen bij de deelname aan het primaire onderwijsproces.(9)
- Bij een project ziekteverzuimbegeleiding in Utrecht bleek dat 26 % van de tijdens het project gevolgde zieke leerlingen zonder diploma van school was gegaan. Mede dankzij het project stroomden deze leerlingen grotendeels door naar het ROC (43)
Door slechts 1,8 per duizend leerlingen wordt op dit moment gebruik gemaakt van extra onderwijsondersteuning door de school en/of onderwijsbegeleidingsdienst in verband met ziekte(11). Dit zouden er, gezien de onderzoeken en statistieken, 50 keer zoveel moeten zijn. 2. Wat is een Chronische ziekte en om hoeveel chronisch zieke jongeren gaat het? Onderzoek (4) wijst op een groei van het aantal chronisch zieke jongeren in de periode tot 2015. Nu al zou er bij 1 op de tien jongeren sprake zijn van een chronische ziekte. Er is geen algemeen aanvaarde definitie van chronische ziekte. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport omschrijft het als: "onomkeerbare aandoeningen, zonder uitzicht op volledig herstel en met een gemiddeld lange ziekteduur" (1). Er is niet één systeem beschikbaar dat voor alle ziekten het voorkomen en de aantallen per leeftijdscategorie op betrouwbare en vergelijkbare manier meet (2). Zeldzame chronische aandoeningen worden bij onderzoeken helemaal niet meegenomenchool op een E Statistische gegevens worden bevestigd door informatie vanuit de medische hoek. Ook daar wordt aandacht gevraagd voor de toename van chronisch zieke kinderen en jongeren in onze samenleving (5, 6). Mensen met chronische ziektes verschillen sterk in de mate waarin ze beperkt worden in hun dagelijks functioneren. Gemeenschappelijk hebben ze echter dat zij in vergelijking met de doorsnee Nederlandse bevolking veel meer problemen hebben met hun hoofdactiviteit (werk, onderwijs), dagelijkse bewegingen, sociale activiteiten en algehele vitaliteit (3). Concrete aantallen van leerlingen in het voortgezet onderwijs die door hun chronische ziekte extra ondersteuning nodig hebben zijn niet beschikbaar. Via onderzoek elders is er toch een beeld te vormen van de omvang van deze doelgroep. Bekend is hoeveel studenten in het hoger onderwijs daadwerkelijk belemmeringen ondervinden bij de deelname aan het primaire onderwijsproces. Deze studenten komen niet uit de lucht vallen. Het |